

Een klein vogeltje (9 cm lang) van onder geel en van boven
donker grijs. Hij heeft twee gele strepen op elke vleugel. Als je
een nest vindt, hangt het vaak laag in een boom, aan het einde
van een dunne tak. Het is een langgerekte bal van gras en
bladeren met boven een ingang. Omdat ze in de grote regentijd
broeden, ziet het nest er vaak nat en verwaaid uit.
De bakbatitri zoekt insekten in de bomen en als hij er een pakt
met zijn platte snavel maakt het een geluid, alsof hij met veel
kracht zijn snavel dichtslaat. Dat verraad vaak deze titri's,
zijn eigen zang lijkt op zijn naam ti tr.
De eerste foto is gemaakt door J.H. Ribot. Dan een foto van Leo
Olmtak van een vogel met nestmateriaal. Dan twee van een vogel in
of bij zijn nest, je kunt goed zien hoe een van de nesten aan het
einde van een twijg is vastgemaakt, ook van J.H. Ribot en
allemaal uit Suriname. De laatste foto is van J.S. Dunning.




Elk klein vierkant stelt minstens één waargenomen vogel voor of een groep, grotere vierkanten minstens vier verschillende dagen met waarnemingen en de grootste vierkanten minstens 10. De kleur geeft aan: blauw voor de kustvlakte, geel voor savanne en rood voor het oerwoud.
| Verspreiding in Suriname (zie uitleg) | |
| Kustgebied | |
| Savannegordel | |
| Bosgebied | |
| Bergbossen | |
| Sipalawini | |
Namen in
Engels: Common Tody-flycatcher
Nederlands: Geelbuikschoffelsnavel
Wetenschappelijke naam: Todirostrum cinereum
Vogelfoto's uit Suriname, deel 6 miervogels en tirannen
*