Waar zie je vogels in Suriname?


Paul Woei: blaka noso Inleiding

Welkom bij deze pagina's over Surinaamse vogels, in de eerste plaats geschreven voor Surinaamse scholieren. Hieronder staat een korte tekst over verschillende landschappen in Suriname en over de vogels die je er kunt aantreffen. Al die vogels zijn dan zelf nog op aparte bladzijden beschreven (allemaal met foto en enkele met geluid). Er zijn ook foto's van oud en nieuw Suriname en er is een pagina over de zangvogelwedstrijden in Suriname.De vogels worden zoveel mogelijk vermeld met hun Surinaamse naam, de Nederlandse staat tussen vierkante haken.

Waar moet je zijn om de vogels te zien

Veel vogels die op deze en de volgende pagina beschreven staan, kun je in Paramaribo zien. Zelfs zonder in de cultuurtuin te zoeken, kun je daar met wat geduld wel honderd soorten tegenkomen.Maar sommige vogels kun je beter buiten de stad gaan opzoeken, zoals de kuyake [toekan]: die zie je wel in de stad, maar dan helaas in een kooi.

De kust zelf

Langs de kust zijn er vooral veel modderbanken, die met laag water kleine visjes en schaaldieren als voedsel leveren voor sabakus, flamingos en snepis [reigers, ibissen en veel soorten strandlopers].. Goede plekken om te gaan kijken zijn de plaatsen waar wegen tot aan de zee komen: De zeedijk bij Nickerie, in Totness en Weg naar zee. De meest opvallende vogel is de flamingo/korokoro [rode ibis]. Verder zijn er vaak veel sabakus [reigers] en in het goede jaargetijde ook krombekken [regenwulpen]. De modder, aangevoerd door Suriname's eigen rivieren en de Amazone, is erg vruchtbaar. Jaarlijks komen honderdduizenden snepis [strandlopers] zich hier weer vet vreten, als ze de kou in Noord-Amerika ontvlucht zijn. De modderkust is een belangrijk natuurgebied voor al die vogels.
De enkele zandstranden die er zijn, zoals wia wia, hebben meestal niet zo'n overvloed aan vogels als de modderkust. Hier zorgen de zeeschilpadden soms voor spektakel.

De parwa [mangrovebossen] en de zwampen [moerassen

Net langs de kust vind je de broedplaatsen voor de sabaku en flamingo [reiger en rode ibis]. De parwa [mangrovebos] is geen prettige plek voor mensen om doorheen te lopen of kruipen. Je wordt gek van de muskieten. En zoveel vogels zie je er daardoor ook niet. Er zijn er wel veel, maar kijken wordt je echt moeilijk gemaakt door mampieren. Een paar vogels die hier graag komen zijn de koprofowroe [gele zanger] en de katunfowroe [bonte watertiran].

Hele stukken van het kustgebied staan regelmatig of altijd onder water. De wegen naar Nickerie en ook die naar Albina lopen door zulke gebieden. Vlak bij zee zijn er de pannen met zout of brak water. Verder van de kust de zoetwatermoerassen.Veel van de vroegere moerassen zijn nu omgezet in rijstareaal bijvoorbeeld in Coronie en Nickerie. Een opvallende vogel hier is de Kepanki [jacana]. Uit Guyana is een sijsje over komen vliegen die zich nu op zijn gemak voelt in de rijstvelden. Droge plekken in de zwampen vind je op de schelpenritsen. Buiten de bewoonde gebieden bevindt zich daarop nog bos, een goede plaats om naar kuyakes [toekans] te zoeken. Niet alleen in de zwampen maar overal langs het water vind je de fityo [geelkeelstekelstaart, ik heb al die namen ook niet verzonnen], met zijn lange trillende zang. Als je geluk heb zie je zijn mooie nest (een grote bal) ook nog. In de begroeiing langs het water voelt de tjontjon [reiger] zich thuis.

Het bewoonde gebied bij de kust

De gemakkelijkste gebieden om vogels te vinden zijn natuurlijk de bewoonde en bebouwde gedeelten van Suriname.
De rijstvelden in Nickerie en Coronie bijvoorbeeld, waar we de pakro aka [Slakkenwouw] vinden. Als er hoge bomen in de buurt van rijstvelden zijn, voelt hij zich op zijn gemak en haalt hij grote slakken uit het veld en eet ze op een vaste plek op. Maar meestal is het nodig gif te spuiten om de slakken onder de duim te houden.
Onderweg naar Coronie zien we op de weg de tingofowroe aka [Caracara] die dood gereden dieren opeet. Niet alleen maar in de kokospalmen, maar overal in bomen langs de weg zien we een krontogrietje [koningstiran] stil zitten wachten, tot hij wegvliegt om een insekt te vangen.


Tussen de koeien in de grasvelden zien we de koereiger en de kawfutuboi [kleine ani] insekten eten die door de koeien opgejaagd worden. Van al die rijkdom aan voedsel in het gras profiteren ook kleine vogels als rediborsoe [soldatenspreeuw] en het dansmeestertje [jacarina-gors]. Boven de grasvelden vliegt de sesee grietje [vorkstaart koningstiran] met zijn lange staart die net als een schaar telkens open en dicht gaat. In langer gras zoekt de dyak [dikbekje] zijn zaden om met zijn sterke bek kapot te maken.
Tingifowroes [gieren] zijn afvaleters, je vindt ze dus op afvalbergen aan de rand van de stad, maar ook wel op de daken van huizen of van grotere gebouwen. Je kunt ze ook met velen hoog boven de stad zien zweven als er een regenbui aankomt.
Langs open velden zien we in alleenstaande bomen (kankantries bijvoorbeeld) de nesten hangen van ponpons[kuiforopendola], of in een eenzame boom hoor je een kolonie luidruchtige banabeki's[geelstuit buidelspreeuw].Op telefoondraden zit een kees [gestreepte koekoek] die 'kees, kees' roept of 'kees, kees, pe joe de?' en ondertussen met zijn staart schudt. Zulke draden zijn ook geliefde plekken voor de zwaluwen, als ze niet door de lucht scheren om insekten te vangen.

De tuin

De meeste vogels zijn uitgekozen omdat ze in tuinen het gemakkelijkst te zien zijn. Op de grond lopen met knikkende hoofden de stondoifis [steenduiven]. Bij bloemen vinden we de korke [kolibri] en bakbatitri [suikervogeltje]. In een zwerm komen okroprakikis[groene muspapagaaien] schreeuwend overvliegen. In bomen vinden we een timreman [specht] en nog een vogel die titri heet [schoffelsnavel], die beide insekten zoeken. Dat eet ook de gadotjo [huiswinterkoning], die soms zijn nest tot in huis bouwt. In struiken horen we een koko [mierklauwier].Aan vruchten etend, zoals aan papaja's en de mango's zien we de blawforki [blauwe tangare]. Op straat loopt er een dagukafowroe [tropische spotlijster] en op telefoondraden zit vaak de grietjebie.

(Geluid van een grietjebie)
(Geluid van een dagukafowroe)

tuinen verder van het centrum bv in lelydorp of ook in de cultuurtuin
In tuinen met veel bomen horen we het hoge geluid van de geeldas [violette organist]. In de struiken zit een boontjedief [lijster], die ook al voluit zingt. Nog meer zangers zijn er, putters [koevogels] en de redikin [fluweeltangare]. 's Morgens vroeg kun je zo een heel tijdje luisteren naar alle verschillende zangvogels, voordat de hitte ze wat stiller maakt.

Savanne


Veertig kilometer ten zuiden van Paramaribo ligt het vliegveld Zanderij midden in een omgeving met laag bos. De grond heeft geel zand en de riviertjes hebben cola-water. Verderop zijn er ook stukken met alleen wit zand en lage struiken. De savannegordel loopt van oost naar west door het hele land. In het oosten bij Albina wat dichter bij de kust, in het westen bij Apoera meer dan 100 km van de kust. Dieper in het land zijn er nog plekken met savanne- begroeiing, bijvoorbeeld bij de Tafelberg en natuurlijk helemaal aan de grens met Brazilië, de Sipaliwini-savanne.
In de omgeving van Zanderij kun je veel van de vogels aantreffen, die zich op de savanne thuis voelen. Enkele daarvan zijn we in het kustgebied ook tegengekomen. Opvallend zijn natuurlijk de vele grote vogels. Vruchten en grote zaden eten de vele papegaaiensoorten, bijvoorbeeld kulekule [oranjevleugel amazone] en margrietje . Andere vruchteneters (maar ze vangen ook kleine dieren) zijn de toekans, zoals de blakanoso [groefsnavel toekan], de bigi kuyake [roodsnavel toekan] en de kleinere bosrokoman [zwartnek arassari]. Ze maken net als de papegaaien veel lawaai.

Geluid van een blakanoso.
Kleiner zijn de tangara's, die vooral vruchten eten in de bomen, maar ook wel kleine insekten. Veel zie je de blawforki [blauwe tangare], veel minder vaak de zevenkleurige paradijsvink.
Bij bloemen vind je honingzuigers, kolibri's en de bakbatitri [suikerdiefje].
Aan grasstengels hangen zaadeters, zoals de dyak [dikbekje] en het dansmeestertje [jacarina-gors].
Op insecten wordt er veel gejaagd. In de lucht door zwaluwen, vanaf takken door grietjebie en tontoli [koningstiran] en tussen de struiken door miervogels. Op de grond zoeken de kawfutubois [ani's]. In de schemering en 's nachts zijn er vele soorten buta butas [nachtzwaluwen], die met open bek op vliegende insecten jagen.
Echte alleseters zijn de troepialen: de ponpon [oropendola] en de banabeki [buidelspreeuw]. Ze eten vruchten insekten en kleine beestjes.

Oerwoud

Een groot deeel van Suriname is bedekt met oerwoud. Vanaf de Noordelijke savannegordel tot aan de savannes in het zuiden is het één groot bos met maar hier en daar open plekken, voornamelijk waar er mensen wonen.Elk stuk bos is verschillend. Er zijn grote stukken bos, waar nog geen hout gekapt is en ook verder nog niet veeel veranderd is door mensen. Een van de mooiste plekken is het natuurreservaat Raleighvallen. En ook in zo'n gebied zijn er dan weer stukken met nog meer rijkdom, met veel vogels maar ook rijk aan apen en andere dieren. Het bos vlakbij de Voltzberg bijvoorbeeld, zit echt vol met beesten. De mooiste vind ik de helemaal oranje rotshaan, die daar een dansplek (lek) heeft waar tientallen van deze prachtvogels dansen om een wijfje te verleiden. Er zijn ook raven [ara's] zoals de blauwgele raaf en bokraaf en de roodgroene raaf [ara] nog gewoon. Moeilijk bereikbaar zijn de bergen ver in het binnenland. Ze hebben hun eigen, aparte vogels en die zijn eigenlijk alleen gemakkelijk te horen en zien op de Brownsberg.
De sterkste roofvogel komt in het binnenland voor: de gonini [harpij arend]. Hij eet apen en luiaards uit de bomen. De andere roofvogels eten kleinere prooien, de busikaka [caracara] eet bijvoorbeeld wespen en de fremoesoeaka [vleermuisvalk] jaagt op vleermuizen vanuit dode bomen.
Grote hoenders eten vooral plantaardig voedsel zoals zaden en vruchten. Ze komen alleen voor in oerwoud waar weinig verstoring is. Als er lange tijd niet gejaagd wordt op de Brownsberg zie je er de powisis [hokkohoen] op paden lopen. In de bomen zie je met een beetje geluk de marai [sjakohoen]. De kamikami [trompetvogel] loopt in groepen voedsel te zoeken op de grond midden tussen de bomen.
Net als op de savanne worden vruchten gegeten door veel soorten toekans. Nog niet vermeld zijn twee soorten toekans: de stonkuyake en de Guyana pepervreter.

Veel kleinere vogels zie je niet vaak maar hoor je vooral. Zo zijn er vele soorten miervogels die op insecten jagen. Pas echt druk wordt het in het bos als er een groep trekmieren langs komt. Allerlei vogels volgen de mieren en jagen op de insekten die vluchten voor de mieren. Je ziet op eens veel verschillende vogels en voor je ze herkent zijn ze al weer verder getrokken met de mieren mee.
Veel eenvoudiger te zien en herkennen zijn trogons en de motmot. Ze zitten meestal rustig te kijken in een boom en eten vruchten en insekten.

Sipaliwini

Ook de sipaliwinisavanne in het zuiden zit vol met vogels. De meeste komen ook elders in Suriname voor en zijn hierboven al vermeld, maar twee mooie vogels die vooral daar voorkomen zijn de zonparkiet en de goudvoorhoofdparkiet. Zeldzaam in de rest van Suriname is natuurlijk de twatwa, maar hij schijnt hier nog gehoord te kunnen worden.

Vogelfoto's

*


Birding Top 500 Counter1 maart 2005, Jan Hein Ribot met als emailadres: ribot at nhl.nl

De tekening van de toekan is gemaakt door Paul Woei.