Waar zie je
vogels in Suriname?Welkom bij deze pagina's over Surinaamse vogels, in de eerste plaats geschreven voor Surinaamse scholieren. Hieronder staat een korte tekst over verschillende landschappen in Suriname en over de vogels die je er kunt aantreffen. Al die vogels zijn dan zelf nog op aparte bladzijden beschreven (allemaal met foto en enkele met geluid). Er zijn ook foto's van oud en nieuw Suriname en er is een pagina over de zangvogelwedstrijden in Suriname.De vogels worden zoveel mogelijk vermeld met hun Surinaamse naam, de Nederlandse staat tussen vierkante haken.
Veel vogels die op deze en de volgende pagina beschreven staan, kun je in Paramaribo zien. Zelfs zonder in de cultuurtuin te zoeken, kun je daar met wat geduld wel honderd soorten tegenkomen.Maar sommige vogels kun je beter buiten de stad gaan opzoeken, zoals de kuyake [toekan]: die zie je wel in de stad, maar dan helaas in een kooi.
Langs de kust zijn er vooral veel modderbanken, die met laag
water kleine visjes en schaaldieren als voedsel leveren voor
sabakus, flamingos en snepis [reigers, ibissen en veel soorten
strandlopers].. Goede plekken om te gaan kijken zijn de plaatsen
waar wegen tot aan de zee komen: De zeedijk bij Nickerie, in
Totness en Weg naar zee. De meest opvallende vogel is de flamingo/korokoro [rode ibis]. Verder zijn er
vaak veel sabakus [reigers] en in het
goede jaargetijde ook krombekken [regenwulpen]. De modder,
aangevoerd door Suriname's eigen rivieren en de Amazone, is erg
vruchtbaar. Jaarlijks komen honderdduizenden snepis
[strandlopers] zich hier weer vet vreten, als ze de kou in
Noord-Amerika ontvlucht zijn. De modderkust is een belangrijk
natuurgebied voor al die vogels.
De enkele zandstranden die er zijn, zoals wia wia, hebben meestal
niet zo'n overvloed aan vogels als de modderkust. Hier zorgen de
zeeschilpadden soms voor spektakel.
Net langs de kust vind je de broedplaatsen voor de sabaku en
flamingo [reiger en rode ibis]. De parwa [mangrovebos] is geen
prettige plek voor mensen om doorheen te lopen of kruipen. Je
wordt gek van de muskieten. En zoveel vogels zie je er daardoor
ook niet. Er zijn er wel veel, maar kijken wordt je echt moeilijk
gemaakt door mampieren. Een paar vogels die hier graag komen zijn
de koprofowroe [gele zanger] en de katunfowroe [bonte watertiran].
Hele stukken van het kustgebied staan regelmatig of altijd onder
water. De wegen naar Nickerie en ook die naar Albina lopen door
zulke gebieden. Vlak bij zee zijn er de pannen met zout of brak
water. Verder van de kust de zoetwatermoerassen.Veel van de
vroegere moerassen zijn nu omgezet in rijstareaal bijvoorbeeld in
Coronie en Nickerie. Een opvallende vogel hier is de Kepanki [jacana]. Uit Guyana is een sijsje over komen vliegen die zich nu op zijn
gemak voelt in de rijstvelden. Droge plekken in de zwampen vind
je op de schelpenritsen. Buiten de bewoonde gebieden bevindt zich
daarop nog bos, een goede plaats om naar kuyakes
[toekans] te zoeken. Niet alleen in de zwampen maar overal langs
het water vind je de fityo
[geelkeelstekelstaart, ik heb al die namen ook niet verzonnen],
met zijn lange trillende zang. Als je geluk heb zie je zijn mooie
nest (een grote bal) ook nog. In de begroeiing langs het water
voelt de tjontjon [reiger] zich thuis.
De gemakkelijkste gebieden om vogels te vinden zijn natuurlijk
de bewoonde en bebouwde gedeelten van Suriname.
De rijstvelden in Nickerie en Coronie bijvoorbeeld, waar we de pakro aka [Slakkenwouw] vinden. Als er hoge
bomen in de buurt van rijstvelden zijn, voelt hij zich op zijn
gemak en haalt hij grote slakken uit het veld en eet ze op een
vaste plek op. Maar meestal is het nodig gif te spuiten om de
slakken onder de duim te houden.
Onderweg naar Coronie zien we op de weg de tingofowroe
aka [Caracara] die dood gereden dieren opeet. Niet alleen
maar in de kokospalmen, maar overal in bomen langs de weg zien we
een krontogrietje [koningstiran] stil
zitten wachten, tot hij wegvliegt om een insekt te vangen.
Tussen de koeien in de grasvelden zien we de koereiger
en de kawfutuboi [kleine ani] insekten
eten die door de koeien opgejaagd worden. Van al die rijkdom aan
voedsel in het gras profiteren ook kleine vogels als rediborsoe [soldatenspreeuw] en het dansmeestertje [jacarina-gors]. Boven de
grasvelden vliegt de sesee grietje
[vorkstaart koningstiran] met zijn lange staart die net als een
schaar telkens open en dicht gaat. In langer gras zoekt de dyak [dikbekje] zijn zaden om met zijn sterke
bek kapot te maken.
Tingifowroes [gieren] zijn afvaleters, je
vindt ze dus op afvalbergen aan de rand van de stad, maar ook wel
op de daken van huizen of van grotere gebouwen. Je kunt ze ook
met velen hoog boven de stad zien zweven als er een regenbui
aankomt.
Langs open velden zien we in alleenstaande bomen (kankantries
bijvoorbeeld) de nesten hangen van ponpons[kuiforopendola],
of in een eenzame boom hoor je een kolonie luidruchtige banabeki's[geelstuit buidelspreeuw].Op
telefoondraden zit een kees [gestreepte
koekoek] die 'kees, kees' roept of 'kees, kees, pe joe de?' en
ondertussen met zijn staart schudt. Zulke draden zijn ook
geliefde plekken voor de zwaluwen, als ze
niet door de lucht scheren om insekten te vangen.
De meeste vogels zijn uitgekozen omdat ze in tuinen het gemakkelijkst te zien zijn. Op de grond lopen met knikkende hoofden de stondoifis [steenduiven]. Bij bloemen vinden we de korke [kolibri] en bakbatitri [suikervogeltje]. In een zwerm komen okroprakikis[groene muspapagaaien] schreeuwend overvliegen. In bomen vinden we een timreman [specht] en nog een vogel die titri heet [schoffelsnavel], die beide insekten zoeken. Dat eet ook de gadotjo [huiswinterkoning], die soms zijn nest tot in huis bouwt. In struiken horen we een koko [mierklauwier].Aan vruchten etend, zoals aan papaja's en de mango's zien we de blawforki [blauwe tangare]. Op straat loopt er een dagukafowroe [tropische spotlijster] en op telefoondraden zit vaak de grietjebie.
(Geluid van een
grietjebie)
(Geluid van een dagukafowroe)
tuinen verder van het centrum bv in lelydorp of ook in de
cultuurtuin
In tuinen met veel bomen horen we het hoge geluid van de geeldas [violette organist]. In de struiken
zit een boontjedief [lijster], die ook al voluit zingt. Nog meer
zangers zijn er, putters [koevogels] en de
redikin [fluweeltangare]. 's Morgens vroeg
kun je zo een heel tijdje luisteren naar alle verschillende
zangvogels, voordat de hitte ze wat stiller maakt.
Veertig kilometer ten zuiden van Paramaribo ligt het vliegveld
Zanderij midden in een omgeving met laag bos. De grond heeft geel
zand en de riviertjes hebben cola-water. Verderop zijn er ook
stukken met alleen wit zand en lage struiken. De savannegordel
loopt van oost naar west door het hele land. In het oosten bij
Albina wat dichter bij de kust, in het westen bij Apoera meer dan
100 km van de kust. Dieper in het land zijn er nog plekken met
savanne- begroeiing, bijvoorbeeld bij de Tafelberg en natuurlijk
helemaal aan de grens met Brazilië, de Sipaliwini-savanne.
In de omgeving van Zanderij kun je veel van de vogels aantreffen,
die zich op de savanne thuis voelen. Enkele daarvan zijn we in
het kustgebied ook tegengekomen. Opvallend zijn natuurlijk de
vele grote vogels. Vruchten en grote zaden eten de vele
papegaaiensoorten, bijvoorbeeld kulekule
[oranjevleugel amazone] en margrietje .
Andere vruchteneters (maar ze vangen ook kleine dieren) zijn de
toekans, zoals de blakanoso [groefsnavel
toekan], de bigi kuyake [roodsnavel
toekan] en de kleinere bosrokoman
[zwartnek arassari]. Ze maken net als de papegaaien veel lawaai.
Geluid van een blakanoso.
Kleiner zijn de tangara's, die vooral vruchten eten in de bomen,
maar ook wel kleine insekten. Veel zie je de blawforki
[blauwe tangare], veel minder vaak de zevenkleurige paradijsvink.
Bij bloemen vind je honingzuigers,
kolibri's en de bakbatitri [suikerdiefje].
Aan grasstengels hangen zaadeters, zoals de dyak
[dikbekje] en het dansmeestertje
[jacarina-gors].
Op insecten wordt er veel gejaagd. In de lucht door zwaluwen, vanaf takken door grietjebie en tontoli
[koningstiran] en tussen de struiken door miervogels.
Op de grond zoeken de kawfutubois [ani's].
In de schemering en 's nachts zijn er vele soorten buta butas [nachtzwaluwen], die met open bek
op vliegende insecten jagen.
Echte alleseters zijn de troepialen: de ponpon
[oropendola] en de banabeki
[buidelspreeuw]. Ze eten vruchten insekten en kleine beestjes.
Een groot deeel van Suriname is bedekt met oerwoud. Vanaf de
Noordelijke savannegordel tot aan de savannes in het zuiden is
het één groot bos met maar hier en daar open plekken,
voornamelijk waar er mensen wonen.Elk stuk bos is verschillend.
Er zijn grote stukken bos, waar nog geen hout gekapt is en ook
verder nog niet veeel veranderd is door mensen. Een van de
mooiste plekken is het natuurreservaat Raleighvallen. En ook in
zo'n gebied zijn er dan weer stukken met nog meer rijkdom, met
veel vogels maar ook rijk aan apen en andere dieren. Het bos
vlakbij de Voltzberg bijvoorbeeld, zit echt vol met beesten. De
mooiste vind ik de helemaal oranje
rotshaan, die daar een dansplek (lek) heeft waar
tientallen van deze prachtvogels dansen om een wijfje te
verleiden. Er zijn ook raven [ara's] zoals de blauwgele
raaf en bokraaf en de roodgroene raaf [ara] nog gewoon. Moeilijk
bereikbaar zijn de bergen ver in het binnenland. Ze hebben hun
eigen, aparte vogels en die zijn eigenlijk alleen gemakkelijk te
horen en zien op de Brownsberg.
De sterkste roofvogel komt in het binnenland voor: de gonini [harpij arend]. Hij eet apen en
luiaards uit de bomen. De andere roofvogels eten kleinere
prooien, de busikaka [caracara] eet
bijvoorbeeld wespen en de fremoesoeaka
[vleermuisvalk] jaagt op vleermuizen vanuit dode bomen.
Grote hoenders eten vooral plantaardig voedsel zoals zaden en
vruchten. Ze komen alleen voor in oerwoud waar weinig verstoring
is. Als er lange tijd niet gejaagd wordt op de Brownsberg zie je
er de powisis [hokkohoen] op paden lopen.
In de bomen zie je met een beetje geluk de marai
[sjakohoen]. De kamikami [trompetvogel]
loopt in groepen voedsel te zoeken op de grond midden tussen de
bomen.
Net als op de savanne worden vruchten gegeten door veel soorten
toekans. Nog niet vermeld zijn twee soorten toekans: de stonkuyake en de Guyana
pepervreter.
Veel kleinere vogels zie je niet vaak maar hoor je vooral. Zo
zijn er vele soorten miervogels die op
insecten jagen. Pas echt druk wordt het in het bos als er een
groep trekmieren langs komt. Allerlei vogels volgen de mieren en
jagen op de insekten die vluchten voor de mieren. Je ziet op eens
veel verschillende vogels en voor je ze herkent zijn ze al weer
verder getrokken met de mieren mee.
Veel eenvoudiger te zien en herkennen zijn trogons
en de motmot. Ze zitten meestal rustig te
kijken in een boom en eten vruchten en insekten.
Ook de sipaliwinisavanne in het zuiden zit vol met vogels. De
meeste komen ook elders in Suriname voor en zijn hierboven al
vermeld, maar twee mooie vogels die vooral daar voorkomen zijn de
zonparkiet en de goudvoorhoofdparkiet.
Zeldzaam in de rest van Suriname is natuurlijk de twatwa, maar hij schijnt hier nog gehoord te
kunnen worden.
*
1 maart 2005, Jan
Hein Ribot met als emailadres: ribot at nhl.nl
De tekening van de toekan is gemaakt door Paul Woei.